13/02/2007

Het dossier Nihoul en de geörganiseerde misdaad in België (1)

 

Het dossier Nihoul · Herwig Lerouge

Free Image Hosting at www.ImageShack.us

Hoofdstuk 7 - Een arm zo lang als de Donau

Vanwaar de inschikkelijkheid tegenover Nihoul in bepaalde kringen bij politie en gerecht, zelfs in de zaak Dutroux? Het antwoord ligt ongetwijfeld in het web van relaties dat Nihoul twintig jaar lang heeft kunnen weven. De kringen waar hij zich vooral in de jaren '80 ophield, leveren hem een schat aan relaties op waarop hij later beroep kan doen voor allerlei gunstjes en bemiddelingen, voor zichzelf of voor zijn entourage. Het onderzoek van de parlementaire commissie heeft aangetoond dat 'het milieu van de seksfuiven dat Nihoul vooral in de jaren '80 frequenteerde, een bron van relaties vormde die hij later voor zichzelf of voor de mouvance Nihoul zou aanspreken om allerlei gunsten en tussenkomsten te verkrijgen. Het onderzoek heeft uitgewezen dat er wel degelijk relaties, die hun oorsprong vonden in het betrokken milieu, zijn blijven doorwerken op het professioneel functioneren van sommigen.'[1]

Seks, relaties en chantage

Vanaf november 1981 gaat Nihoul heel vaak naar Les Atrébates. Vanaf september 1982 met Marleen De Cokere. Na de sluiting verhuizen ze, samen met eigenaar Forgeot, naar The Dolo, dat zijn hoofdkwartier wordt, Marleen is er zelfs gedomicilieerd. Nihoul: 'In het begin ging ik alleen uit nieuwsgierigheid. Dan maakte ik er een paar vrienden. We gingen er soms naartoe om iets te drinken of voor een spelletje kaart (poker).'[2] Nihoul omschrijft hier heel goed een van de pijlers van zijn business: ik maakte er wat vrienden. De commissie-Dutroux vertaalt deze zin door: 'Bij die gelegenheid ontmoet Nihoul een reeks personen met wie hij relaties aanknoopt.'[3]
Nihoul heeft een neus voor relaties. Toen hij nog in Spa woonde, in zijn café Le Truc, 'zorgde hij ervoor dat er culturele of andere vooraanstaanden aanwezig waren', zegt zijn ex-vrouw.[4] 'Alle vedetten die optraden in het casino van Spa, kwamen bij ons langs', zegt Nihoul.[5] Zijn zus Jacqueline herinnert zich dat ze er Georges Pradez ontmoette, de presentator die later erg beroemd werd bij de RTBF.
Marleen De Cokere legt het grote voordeel uit van dit soort clubs: 'Je leert er heel veel mensen kennen en niet om het even wie.'[6] Een getuige signaleert inderdaad dat er ''s avonds regelmatig enorme auto's voor het café stonden, de grote luxe, om het even waar geparkeerd, zonder dat ze daar problemen mee kregen'.[7] We hebben het al gehad over de klanten van The Dolo, over de traiteur Rodel, over Jacques Genevois en de criminoloog en advocaat Edouard Vanhuyneghem, oftewel Doudou. Voor Nihoul zijn mannen zoals Doudou belangrijk. Tijdens een verhoor op 10 oktober 1996 zegt hij: 'Vanhuyneghem, die wordt nog magistraat.'[8] Hij kent zelfs zijn adres van buiten.
De ledenlijst van Les Atrébates en van The Dolo is gevuld met wat men zakenlui noemt, rijke zelfstandigen en hogere kaders. Er zit een restaurantuitbater bij uit de buurt van het slachthuis van Anderlecht, een industrieel die in leer doet en met een Porsche rijdt, de eigenaar van een vastgoedkantoor, een verkoopsdirecteur van Philips, een directeur van Janssen Pharmaceutica, een invoerder van champagne, een directeur van Frère-Bourgeois en een familielid van Frère, de directeur voor België van Vittel-Perrier, de vertegenwoordiger van het bedrijf Van Hool voor het Franstalige deel van het land, een kader van Arthur Andersen, nog een van het reclameblad Vlan, een bandenverdeler en iemand die in hotelporselein doet. Een wereldvedette wielrennen en een vedette van het Franse chanson 'kwamen er elke keer dat ze in België waren' en zaten er naast advocaten, de man van een onderzoeksrechter van Brussel, een voorzitter van de handelsrechtbank, Claude Leroy, voormalig substituut en kabinetschef van minister van Justitie Jean Gol, B. Devisscher, voormalig vrederechter in Vorst die ondertussen overleden is en een goeie kennis was van rechter Van Espen. Devisscher was elke avond van de partij en organiseerde ook feestjes thuis in Ukkel.[9]
En natuurlijk ook politici. Nihoul ontmoet er bijvoorbeeld de liberaal Serge Kubla (MR), huidig minister Economie van het Waalse Gewest. Ze zien elkaar nog eens op het golfterrein La Bawette in Overijse en bij de vrije radio van Nihoul. Die zegt van Kubla dat hij 'geen beschermer was, aangezien hij slechts regionaal volksvertegenwoordiger was'.[10] De getuigen spreken ook over een Luiks politicus die in 1996 nog altijd actief was maar geen minister meer.[11] Ook de kabinetschef van de liberale minister Damseaux zou er geweest zijn, tussen 1984 en 1988. Nihoul gaat er om met hoge ambtenaren, o.a. Roger Nolet, ex-directeur van de dienst BTW in Brussel. De chauffeur van The Dolo, Van Keerberghen, bracht hem elke week terug naar huis in Namen. Hij woonde daar in een huis dat er aan de buitenkant uitzag als een arbeidershuis maar binnen een echt paleis was. Nolet ging minstens eens per week naar Les Atrébates, later naar The Dolo, soms met zijn medewerkers, soms zonder. Als hij er was, stroomde de champagne. Hij kon op één avondje wel 10.000 frank uitgeven. Vaak eindigde dat met een tocht langs de luxehoerenkasten van Sint-Gillis, in het gezelschap van Forgeot. Er stond altijd een tafel voor hem klaar in exclusieve restaurants zoals de Villa Lorraine en de Truite d'argent. Zelfs een hoge ambtenaar kan zich zo'n leventje natuurlijk niet permitteren. Nolet had zo zijn neveninkomsten. Hij betaalde Forgeot als een soort ronselaar, om 'klanten' te zoeken die problemen hadden met de fiscus. Nolet regelde dan die grote dossiers - alleen de grote - in ruil voor smeergeld, zo'n 10 à 20 procent.[12] We weten niet of de verklaringen daarover een gerechtelijk staartje hebben gekregen.Dat chique wereldje gaat om met beruchte gangsters. Dat blijkt uit de verklaringen van een anoniem maar goed geïnformeerd iemand aan de adjunct-commissaris van Sint-Pieters Woluwe.[13] Onder hen de bende Haemers, met vader Achille en zoon Patrick, die destijds Vanden Boeynants ontvoerde en overvallen pleegde op geldtransporten. Michel Vander Elst, de advocaat die betrokken was geweest bij de ontvoering van Vanden Boeynants, was er ook een vaste klant, altijd in het gezelschap van Nihoul. Hij zou aan dezelfde getuige verteld hebben dat hij partners zocht voor zijn avondjes via de zoekertjes. Jean-Claude Darville, de wapenleverancier van de bende Haemers en van extreem-rechts in de Practical Pistol Shooting-kringen, staat op de oudste ledenlijsten, die van voor 29 juni 1981. Er zijn aanwijzingen dat men de killers van de Bende van Nijvel in die kringen moet zoeken. Nihoul ontmoet er ook Jean-Louis Delamotte, directeur van ASCO[14] met wie hij later zaken doet, en Jean-Pierre Gaban, een vroegere autoracer die garagist werd en hem een Porsche aan de hand deed.
De politie wist heel goed wat zich in Les Atrébates en later in The Dolo afspeelde. Maar de bezoekjes van de gerechtelijke politie bleven altijd zonder gevolg. Niet voor niets. Volgens Forgeot waren de commissarissen van de GP van Brussel, Frans Reyniers en Georges Marnette, en hun collega Guy Collignon, regelmatige klanten. Om te infiltreren, zeggen ze zelf, maar volgens Forgeot alleen voor de seksfuiven. 'Bij hun aankomst hadden ze de gewoonte mij hun dienstwapens te overhandigen zodat ik ze veilig kon opbergen', zegt hij.[15] Politieagenten van Etterbeek gingen er af en toe iets drinken maar 'hoofdinspecteur Eveillard zat er haast elke dag urenlang en bracht de uitbaters op de hoogte van de lopende onderzoeken'. Hij zou hen onder andere hebben gewaarschuwd dat men de geluidshinder zou komen meten na een klacht van de buren. Die meting leverde natuurlijk niets op. Hij zou ook gemeenteraadslid Tombeur, nog een klant van The Dolo, op de hoogte hebben gebracht van een lopend onderzoek tegen hem wegens pedofilie. Dolores Bara, uitbaatster van The Dolo, ging hem zelfs opzoeken op het commissariaat, op de dienst radio.[16] Net als Nihoul komt deze inspecteur ook in La Piscine, een andere seksclub in Etterbeek.[17]
De politie van Etterbeek is er ook wanneer Nihoul samen met Forgeot seksavondjes organiseert in het kasteel van Faulx-les-Tombes, eigendom van de gemeente Etterbeek. Nihoul minimaliseert zijn rol: 'Eigenlijk ben ik maar naar één zo'n avondje geweest. Ik bleef heel de avond aan de bar hangen. Ik was stomdronken. Ik ben niet zo'n exhibitionist. Ik zonder mij liever af en die avond was dat onmogelijk. Beeld je in: er waren honderd vrouwen en honderd mannen.'[18] Andere getuigen daarentegen zeggen dat Nihoul veel vaker in Faulx kwam.
In die kringen is 'normvervaging', zoals de commissie-Dutroux dat beleefd noemt, tot principe verheven. Terwijl de notabelen, onder wie Nihoul, zich te buiten gaan, verzekeren leden van de politie van Etterbeek buiten de ordedienst. Het gewone personeel wordt naar huis gestuurd. De politie waakt over de seksfuiven van de rijken, op kosten van de belastingbetaler. En van controle op het gebruik van openbaar bezit was in Etterbeek nauweljks sprake. Michel Timmermans, broer van een schepen van Etterbeek, was zaakvoerder van dit kasteel. Als er controle kwam 'stopte Timmermans de boekhouder die op controle kwam een vrouw en wat flessen in de arm. Het bedrag van zijn aankopen vermenigvuldigde hij met 2,5. Zijn vriendin en medezaakvoerder had de keukenmeubels en -uitrusting gestolen voor haar restaurant dat ze tien kilometer verderop uitbaatte', zegt Nihoul.[19] Arlette, een bordeelhoudster uit Namen, ging regelmatig naar het kasteel met Afrikaanse meisjes. Ze was er op de seksavondjes. Nihoul ging soms naar haar toe samen met Timmermans. Ze dronken de whisky van het kasteel op 'maar we zijn niet naar bed geweest'.[20]In de zomer van '83-'84 lopen de kosten in Faulx-les-Tombes wel dermate uit de hand dat de burgemeester Léon Defosset een audit bestelt. Hij vraagt een rapport over het beheer van het kasteel aan... Marleen De Cokere! Wellicht had een politiecommissaris of een gemeenteraadslid uit het klantenbestand van The Dolo haar grote kwaliteiten als zaakvoerster geprezen. Ze had net haar café Le Clin d'Oeil failliet laten verklaren, met de doorslaggevende hulp van Nihoul, uiteraard. Marleen woont dus een maand in het kasteel met Nihoul, op kosten van de Etterbeekse belastingbetaler. De jongeren van Radio-Activité, de radio van Nihoul, mogen mee. Waarop burgemeester Defosset beslist de boel te verkopen. Een vastgoedpromotor uit Hoei, belast met de verkoop, ontdekt er bij een bezoek in 1990 sporen van de festiviteiten: matrassen in de kelders, een slipje in een luster...
Verscheidene rijkswachters waren regelmatige klanten van The Dolo, onder hen een officier en onderofficieren. Ook Albert Toch, hoofdcommissaris van de gerechtelijke politie van Brussel kwam vaak in de club.[21] Hij wordt zelfs uitgenodigd op de verjaardag van Dolores Bara in Kraainem, een feest waar ook Nihoul aanwezig is. Hij gaat uit met de zus van rechter Devisscher, een van de trouwste klanten van The Dolo.
In 1983 is ook de bar van Nihoul, Le Clin d'oeil, vlak bij de Zavel, erg in trek bij de politie en de onderwereld. Onder de klanten Jean-Pierre Gaban,[22] Haemers, rijkswachter Léonard en de onvermijdelijke Toch. Volgens de dienster Agnes Dumont trakteerde Nihoul vier van de vijf consumpties, aan verschillende politieagenten van Brussel.

Politieke reclame als bron van relaties

In het begin van de jaren '80 speelt Nihoul dj bij de vrije radio Radio Activités in Etterbeek. Hij stelt zichzelf voor als een vroegere presentator van RTL en wordt bij de radio binnengeloodst door Didier Genart, die er tussen 1981 en 1987 de leiding heeft. Genart is de schoonzoon en parlementaire secretaris van burgemeester Defosset van Etterbeek. Bij Radio Activités omringt Nihoul zich steevast met jongeren en artiesten, voor wie hij avondjes organiseert in de gemeentezaal van Etterbeek. Hij nodigt er populaire zangers uit, zoals Claude Barzotti. Dankzij zijn wekelijkse uitzending 'zestig minuten om je te overtuigen' ontvangt Nihoul vooraanstaanden uit alle beroepen en van alle slag, 'van tippelaarster tot minister, via de advocaat en de oplichter', zegt hij zelf. Zijn doel: 'Mensen beter leren kennen, met hun gevoelens, hun emoties en te weten komen waarom ze die weg in hun leven gekozen hebben.'[23] En vooral: relaties leggen die van pas kunnen komen.
Maar hij wil zijn eigen radio. Hij overhaalt Claude Barzotti hem 500.000 frank te lenen waarmee hij in augustus 1985 Radio JMB opzet, Jean-Michel Bruxelles. Nihoul wordt voorzitter van de vzw JMB. Marie-Bernard Dore houdt zich bezig met het nieuws, samen met Jean-Louis Bogaerts, persattaché van José Demaret (minister van Defensie) en daarna van Jean-Pierre Grafé (van wie hij zei dat het een pedofiel was). Barzotti ziet zijn geld nooit terug, ondanks een gerechtelijke beslissing in zijn voordeel.
De radio wordt geïnstalleerd op de 27ste verdieping van het Rogiercentrum in Brussel. Maar Nihoul krijgt geen licentie en vraagt hulp aan Jean-Pierre Brouhon. Brouhon is 'een vriend aan wie ik het te danken heb dat ik in het volley-wereldje terechtkwam; hij zat in het kabinet van Picqué en was PS-gemeenteraadslid in Elsene'.[24] Ze kennen elkaar sinds de jaren '70, toen Annie Bouty zijn vriend Georges Frisque verdedigde. Brouhon zal een trouwe vriend blijven en aanwezig zijn op het feest voor de 50ste verjaardag van Nihoul. In de tijd van JMB vraagt Brouhon aan Nihoul een rechtstreekse uitzending te wijden aan een wielerwedstrijd die hij organiseert. Hij geraakt onder de indruk van het bijzonder professionele materiaal op de hoogste verdieping van de Rogierbuilding en van de touringcar van waaruit Nihoul de uitzendingen de ether instuurt. Volgens Nihoul 'leefde de radio van reclame en van het Club House'. Maar een decreet op de vrije radio's tekent het doodvonnis. Niet dat die radio anders niét op de fles was gegaan want zoals altijd betaalt Nihoul de huur en de onkosten niet. De eigenaar van het gebouw, de firma Véronimmo, verkrijgt een uitzettingsbevel. Het materiaal wordt in beslag genomen. Maar Nihoul gaat in de tegenaanval en wint het pleit voor de handelsrechtbank, tegen de leverancier van het zendmateriaal. Hij verkrijgt zelfs een dwangsom tegen de uitbater van het Rogiercentrum, Interger, zolang die de sleutels niet teruggeeft. Natuurlijk kent Nihoul volk in de Handelsrechtbank, dank zij The Dolo. De voorzitter bijvoorbeeld, mijnheer Logis.[25]
Het is ook in het begin van de jaren '80 dat hij Burstin ontmoet, toen kabinetschef van Jean Gol en vandaag woordvoerder van het kabinet van Louis Michel. Michel verdedigt zijn medewerker: 'Voor zover ik weet, loopt er geen enkel gerechtelijk onderzoek tegen de heer Burstin, noch in het kader van de zaak Dutroux, noch in welk ander kader ook. Toen hij adjunct-kabinetschef was en woordvoerder van de toenmalige vice-premier en minister van Justitie, kreeg de heer Burstin, zoals vele anderen, aanvragen van de heer Nihoul voor een bemiddeling in verband met de regularisatie van de situatie van buitenlanders die in België verblijven. In het kader van zijn functies en zonder dat hij ooit een standpunt innam omtrent de grond van die aanvragen - wat ook niet in zijn bevoegdheid ligt - maakte Burstin telkens en gewoon de aanvragen over aan de bevoegde dienst van het ministerie van Justitie om er gevolg aan te geven zoals het hem goeddunkte; zelf stuurde hij alleen een bericht van ontvangst en bracht hij zijn correspondent op de hoogte van de transmissie. In die omstandigheden zie ik geen enkele reden om de huidige organisatie van mijn kabinet te wijzigen.'[26] Nihoul houdt staande dat hij Burstin ontmoette en met hem belde.[27]
Het feit dat de PRL in die tijd op de verdieping onder Radio JMB huisde, heeft in grote mate bijgedragen aan de nuttige contacten binnen de liberale partij, die bijna heel de jaren '80 aan de macht was. Nihoul mikt op de top. Hij leert Jean Gol kennen, toen voorman van de Franstalige liberalen (PRL) en minister van Justitie van 1981 tot 1988. Ze ontmoeten elkaar dankzij minister van Staat André Damseaux (PRL), een oude kennis van Nihoul uit Verviers. Damseaux stelt Nihoul voor aan Gol bij de lancering van de PRLW in 1980. Ik heb Gol zes of zeven keer gezien, zegt Nihoul. Van bij hun eerste ontmoeting vraagt hij hem wie zich bezighoudt met de buitenlanders. Dat is Jean-Claude Godefroid, toen administratief directeur van de Dienst Vreemdelingenzaken, later hoofd van de Staatsveiligheid. Het is de zus van Godefroid die hem voorstelt aan Nihoul. Zij is het hoofd van de Office des Propriétaires, die expertises uitbesteedt aan Nihoul. Ze kennen elkaar van The Dolo. Wat is de wereld toch klein. Godefroid zal aanvankelijk ontkennen dat hij Nihoul kent.[28]
Maar de speurders ontdekken in de archieven van Bouty een brief van Nihoul aan Godefroid, gedateerd op 21 januari 1987, om hem te bedanken voor verschillende tussenkomsten.
De huidige minister-president van het Brusselse Gewest, de Donnea, kwam naar Radio JMB en zag Nihoul later nog eens in de galerij Lorelei van zijn echtgenote. Nihoul maakte op zijn radio reclame voor die galerij.

VDB en co

Nihoul is goeie maatjes met de CEPIC, de rechtervleugel van de PSC (Franstalige christen-democraten) onder leiding van Vanden Boeynants en de beruchte Zwarte Baron de Bonvoisin, de financier van het extreem-rechtse Front de la Jeunesse. Zijn collega op het kantoor van Bouty, Philippe Deleuze, is actief in de CEPIC. Deleuze is de schoonbroer van onderzoeksrechter Van Espen en schept daarover op. Hij zou een rol hebben gespeeld in de benoeming van Van Espen en hij kon dus een wederdienst verwachten, zei hij. Deleuze bekleedt tal van mandaten. Hij is raadsman van de sociale huisvestingsmaatschappij La Vie Laekenoise. Hij zetelt in de raad van bestuur van de Groothandelsmarkt van Brussel, in de animatiecommissie van de Noordwijk, in het comité van schoolmaaltijden, in het Théâtre Royal du Parc, in de Brusselse zwembaden, in de Internationale Dienst voor Toerisme, in de dienst voor gezinshulp en in een hele reeks sportverenigingen. Hij beheert de boekhouding van de vzw Tentoonstellingspark, voorgezeten door Vanden Boeynants, en wordt zelfs voorzitter van de Berg van Barmhartigheid (BVB), de openbare kas voor leningen. Na geruchten over gesjoemel moet Deleuze in 1992 ontslag nemen bij de BVB. Een jaar later wordt hij aangehouden wegens oplichting en geldverduistering. Samen met bouwpromotor Jean Lefort drukte hij 50 miljoen frank achterover ten nadele van zijn klanten. Op 27 juni 1996 wordt hij veroordeeld tot dertig maanden met uitstel.
De vzw Tentoonstellingspark beheert lucratieve stadseigendommen. Er circuleren miljarden en de controle is er alles behalve strikt.
De bekende Brusselse banketbakker Edouard Nihoul, neef van, was destijds voorzitter van de Brusselse CEPIC. Hij beschrijft zijn gehate neef als animator en organisator van alles-en-nog-wat voor Paul Vanden Boeynants zijn vriendin Viviane Baro 'Michel Nihoul hielp tijdens de electorale campagnes. Vanden Boeynants kon hem op een gegeven moment niet meer luchten of zien. Ik heb gelezen dat hij nu ontkent dat hij ooit iets te maken heeft gehad met Vanden Boeynants. Ik moet daar mee lachen'.[29] De banketbakker verwijst wellicht naar de politieke campagnes die Nihoul in '85-'86 organiseerde voor Philippe Deleuze, Jean-Paul Dumont en PRL-gemeenteraadslid Claude Michel, die overstapte naar het Front National.
Nihoul biedt zich bij Deleuze aan als campagneleider voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1988. Deleuze staat op de lijst van Jean-Louis Thys (PSC). Hij neemt het aanbod aan. Volgens Deleuze zijn ze voor de verkiezingen uit elkaar gegaan omdat het niet klikte. Maar volgens de vrouw van Deleuze, Françoise Van Espen, zou Nihoul verschillende campagnes voor haar man hebben gevoerd.[30] In het kader van de campagne organiseert hij een beurs in een tent op het Bockstaelplein, een autorally, zitdagen in café's, een braderie en een paar affichecampagnes. Hij lanceert een nieuw bier, La Laekenoise. Telkens beschikt hij over het feestmateriaal van de stad Brussel, gratis. Maar hij betaalt de leveranciers niet en die zitten al snel achter hem aan.
Dankzij Deleuze had Nihoul ex-premier Vanden Boeynants al persoonlijk leren kennen in het kader van de affaire-Centre Médical de l'Est. In november 1981 ontmoette hij hem op de zetel van de PSC in Brussel, samen met Deleuze. Hij vroeg hem te bemiddelen voor dokter Guffens (zie hoofdstuk 6) bij de leider van de PS, de later vermoorde André Cools. Vanden Boeynants zei niet nee, 'op voorwaarde dat men hem de namen zou onthullen van de politici die alles samen zo'n 5 miljoen frank smeergeld zouden hebben gekregen (van Guffens)'.[31] Vanden Boeynants deed niets voor niets. De relatie met Vanden Boeynants hield jaren aan.
In het begin van de jaren '90 werkte Guy Eschweiler in de Havenlaan, rechtover de opslagplaats van Nihoul. Hij zegt dat hij er Vanden Boeynants en de extreem-rechtse advocaat Jean-Paul Dumont vaak heeft gezien.[32] Niet verwonderlijk dus dat Nihoul ook opduikt in de kringen van andere beschermelingen van Vanden Boeynants, zoals de schepen van Financiën van de stad Brussel, Lefère. Vanden Boeynants is hem helemaal in West-Vlaanderen gaan opdiepen. Hij biedt hem een notarispraktijk aan in Vilvoorde en later in Brussel, voor als het mis zou lopen in de politiek. Hij benoemt hem tot fractieleider van de CVP-PSC in de Kamer. Lefère bekleedt deze functie van 1961 tot 1968. Van 1977 tot 1995 is hij schepen van Financiën van Brussel. Zijn macht is niet onaanzienlijk: hij zou een procureur-generaal hebben laten benoemen. De familie Lefère vertoeft in de grijze zone tussen politiek en misdaad.
De schoonzoon van Lefère is ingenieur Dhanani, vertegenwoordiger van het bedrijf CEI in Eurosystems, een consortium rond de Generale Maatschappij, het hart van de Belgische haute finance van die tijd. Eurosystems was een consortium van de belangrijkste Belgische bedrijven die deelnamen aan de bouw van een groot ziekenhuis in Saudi-Arabië. Koning Albert II was nauw betrokken bij het project, dat een gigantische flop werd. Het faillissement bracht grootschalige corruptie aan het licht. Topverantwoordelijken uit Saudi-Arabië waren 'omgekocht' via een netwerk van callgirls. Dhanani was de man die de werken (en de bezoekjes) in Saudi-Arabië voorbereidde, leidde en controleerde.
Lefères zoon Jan, advocaat, kreeg financiële problemen in Spanje, als gevolg van een zwendel die was opgezet door een Spaanse vastgoedadvocaat. Zijn andere zoon, Yvo, stortte zich in vastgoedzaken die slecht afliepen. De familie had zich aardig in de schulden gewerkt. De Brusselse schepen had dus veel geld nodig, temeer daar hij er ook veel verspeelde in het casino van Knokke, elke week. Zijn post van schepen van Financiën van Brussel bood een welkome oplossing. Hij liet zich betalen voor de toekenning van opdrachten, met name aan het bouwbedrijf VDK van zijn goeie vriend Arthur Vande Kerkhove, ook afkomstig uit het Kortrijkse. De Regie van Gebouwen van de stad Brussel wordt de grootste klant van VDK.[33] Vande Kerkhove leende hem ook geld: een eerste lening van 1,250 miljoen frank in 1982. Lefère kreeg in totaal zeven miljoen (tien miljoen niet de intresten inbegrepen). Een peulenschil in vergelijking met de 120 miljoen frank schulden waar hij zijn notarispraktijk mee opzadelt.[34]
Als Vande Kerkhove sterft, wordt Jozef de Poorter gedelegeerd bestuurder bij VDK Monument. Volgens De Poorter was Vande Kerkhove een verwoed liefhebber van de orgieën met Vanden Boeynants, Lefère en Nihoul. Zijn secretaresse weet dat hij regelmatig telefoon kreeg van Nihoul, maar nooit voor beroepszaken. Vande Kerkhove zou Nihoul onder andere gevraagd hebben een bordeel en zwarte meisjes voor hem te reserveren. Lefère loodst De Poorter binnen bij het OCMW van Brussel. Lefère krijgt 50% van de winst die De Poorter via de dossiers binnenrijft. Hij speelt deurwaarder voor De Poorter bij de stad Brussel en de stad Antwerpen en bij de Regie van Gebouwen voor onbetaalde facturen. De Poorter koopt ook schepen Demaret om (van de partij van VDB).[35]
Maar begin de jaren '90 eist De Poorter van Lefère het geleende geld terug. Hij wordt meteen op het matje geroepen door toekomstig burgemeester Demaret en de toenmalige socialistische burgemeester Brouhon. Ze eisen dat de advocaat van De Poorter Lefère met rust laat en geen terugbetaling meer vordert. Anders zou het gedaan met de contracten.
In dit dossier botsen we op de kennissenkring van Vanden Boeynants, die zich van de jaren zestig tot de jaren negentig illegaal wist te verrijken via corruptie, allerhande trafiek en chantage. Lefère stelde De Poorter bijvoorbeeld voor aandelen te nemen in de New Circus, een dancing van de zoon van de grote vriend van Vanden Boeynants, Charlie de Pauw. De kliek rond Vanden Boeynants had politie- en rijkswachtofficieren en magistraten in zijn macht, die allerlei misdaden gedekt moesten houden. Veelbetekenend is de brief die tussen de papieren van Lefère werd gevonden, een brief van een magistraat die zich tot hem wendt voor een promotie.[36]
Je botst in de geschiedenis van deze kringen ook op de slachtpartijen van de Bende van Nijvel. Een oud-bediende van Lefère, Elise Dewit, werd samen met haar man door de Bende van Nijvel vermoord op 7 september 1983 aan de Colruyt van Nijvel. Volgens inspecteur Boucquaux van de cel van de Bende van Nijvel liep er een klacht van Lefère tegen het koppel Fourez-Dewit wegens afpersing. En de laatste lening van Vande Kerkhove aan Lefère dateert van 19 september 1983, twee dagen na de moord op het koppel Dewit.[37] Allemaal toeval?

Relaties waar je wat aan hebt

De Confrérie des Maîtres Brasseurs (broederschap van meesterbrouwers) wordt voor Nihoul een nieuwe bron van relaties en geeft hem de gelegenheid zijn blazoen op te poetsen. De Confrérie werd opgericht in 1977 om de artisanale streekbieren en -jenevers van Wallonië te promoten, met name de fameuze 'peket'. Nihoul mag lid worden in 1988 via Marcel Henrottay, een regelmatige bezoeker van The Dolo en compagnon van Nihoul op de seksfuiven. Hij komt er binnen als 'leerling', samen met Marleen De Cokere en Michel Forgeot, de patron van The Dolo. Twee jaar later is hij zelf 'meesterbrouwer' en vraagt men hem voorzitter te worden. De eerste voorzitter die zelf geen bierbrouwer of jeneverstoker is... Hij verdient ook goed geld aan de introductie van de Peket du Houyeu bij de Royal Yacht Club van België. Om maar te zeggen dat hij schoon volk kent.
Nihoul is er trots op dat hij 'een arm zo lang als de Donau' heeft. En die gebruikt hij.
Begin 1978 zit hij in de gevangenis wegens frauduleus bankroet. Vanuit de gevangenis doet hij, op 14 april 1978, beroep op het sociale dienstbetoon van Joseph Michel (PSC), die nochtans geen minister van Justitie is maar van Nationale Opvoeding. Michel stuurt een brief naar minister van Justitie Renaat Van Elslande (CVP): 'Ik kreeg een vraag om bemiddeling van de heer Michel Nihoul, die momenteel een gevangenisstraf uitzit in de gevangenis van Sint-Gillis. De betrokkene zou penitentiair verlof wensen voor bepaalde weekends om zijn kinderen te kunnen bezoeken. Zou u zo vriendelijk willen zijn deze vraag met welwillendheid te behandelen en er het gevolg aan te geven dat u het beste acht.'[38] Hij vangt bot maar dringt aan en schrijft een tweede brief: 'De heer Nihoul is in deze situatie terechtgekomen door toedoen (...) van de lichtzinnigheid van zijn echtgenote en hij heeft geenszins een bedriegersmentaliteit.' Op dat moment heeft Nihoul er al vier veroordelingen opzitten. Hij is niet het slachtoffer van zijn echtgenote, integendeel, hij heeft haar achter de tralies gekregen voor een zwendel die hij zelf had opgezet. Kort daarop komt Nihoul vrij. Hij zegt dat hij Joseph Michel nooit heeft ontmoet. De bemiddeling bij diens sociale dienstbetoon gebeurde door 'een pater Dominicaan die waakte bij het sterfbed van mijn vader, die aan longkanker leed'. Volgens Joëlle Milquet, huidig voorzitter van de CdH (de vroegere PSC) kregen de zittingen van het sociale dienstbetoon van de volksvertegenwoordigers destijds zo'n vijftien bemiddelingsaanvragen van gevangenen per maand.[39] Kan zijn, maar hier drong men wel erg aan. Wie in de kringen van Nihoul wilde dat de man koste wat het wou uit de gevangenis kwam?
Twintig jaar later kruist Joseph Michel opnieuw het pad van Nihoul. Volgens André Rossignon, kandidaat-voorzitter van de ex-PSC, zou de vervanging van rechter Connerotte geregeld zijn door Michel en de Luxemburgse instanties van de partij. Volgens De Morgen[40] zou Joseph Michel verhinderd hebben dat rechter Langlois huiszoekingen deed bij de Brusselse zetel van de PSC. De rechter zou, aldus nog De Morgen, verboden hebben dat er nog onderzoek kwam naar de kennissenkring van Nihoul. Joseph Michel kent Langlois goed. Hij lanceerde de toekomstige rechter in de politiek, in 1988, toen hij nog advocaat was in de provincie Luxemburg. Langlois woont in Etalle en zijn buurman is een zoon van Joseph Michel. Zijn tante was lange tijd PSC-burgemeester van het dorp Saint-Vincent. Werpt de politieke strekking van de onderzoeksrechter een licht op de manier waarop het onderzoek Dutroux werd gevoerd?
De Morgen zegt ook dat Francis Moinet, de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Neufchâteau, die weigerde Nihoul naar assisen te sturen, lid is van de PSC, een vriend van Langlois en een getrouwe van Joseph Michel.
Na een tussenkomst van Nihoul regelt Nolet, de directeur van de dienst BTW, de zaken van zanger Plastic Bertrand, die de fiscus 30 miljoen schuldig is. Hij haalt de spons over de lei, in ruil voor een slordige twee à drie miljoen smeergeld. Van een ambtenaar van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid krijgt Nihoul ook gedaan dat iemand een baan krijgt in de buurt van zijn woning. Een zaakje dat beklonken werd in The Dolo. Een andere ambtenaar zorgt er onder druk van Nihoul voor dat een bepaald bedrijf de takeldienst in Brussel kreeg toegewezen.

http://www.epo.be/uitgeverij/extrainfo.php?id=90_6445_326...

13:11 Écrit par Jacques dans Général | Lien permanent | Commentaires (0) |  Facebook |

Les commentaires sont fermés.